De woensdagochtend begon voor mij al rond een uurtje of 05:30. De dreumes lag te gillen. Dussszzzz…..zat mijn dreumes rond 05:45 in zijn badje en sloeg ik me onder de douche nog eens een paar keer op mijn wangen om wakker worden.
(ja, het staat er echt: ik heb de dreumes al 2x zonder mantelzorger in zijn badje gedaan!)
Nu ik zo vroeg wakker was, had ik nog meer tijd om mezelf gek te maken met het idee dat ik later op de ochtend iets ging doen.
Ik was mooi op tijd op de plek waar ik een afspraak had. De zwaar getatoeerde man, joeg bij mijn dreumes een dikke frons tussen zijn ogen. Hij was zwaar onder de indruk van de levende kleurplaat.
Amper een half uur later stond ik -inclusief tattoo- weer buiten. Klotsoksel van de stress en ik had het gevoel alsof mijn hoofd een keer of 12 om zijn as was gedraaid. Alles draaide voor mijn ogen en ik voelde me zo waanzinnig opgefokt dat ik het licht niet verdragen kon.
Maar goed, mijn dag was nog laaaaaaaaaaaaaaaaang niet voorbij.
De tiener vloog tegen lunchtijd binnen, stak een heel verhaal af en niet veel later was ze alweer verdwenen en keek ik naar een dichte deur.
OMFG, terwijl ik in het luchtledige staarde, herhaalde haar verhaal zich in mijn hoofd. Langzamerhand werd haar verhaal mij duidelijk.
Shoot! Op die momenten gaat de wereld sneller dan ik hem kan bijbenen. En kunnen er uiteraard vervelende dingen gebeuren.
Ik ben (bijna) op mijn slechts, ik voel me dan zo warrig, ik kan het niet goed uitleggen. Ik doe dan heel hard mijn best om de grip op mijn hersenen terug te krijgen maar dat lukt niet op commando. Ik haat die fase waar ik dan in zit.
De puber kwam een half uur later stikzenuwachtig binnen. STRESSSS Op het allerlaatste moment moesten er nog dingen uit de schuur worden getrokken voor haar vakantie. Ik deed héul héul héul héul hard mijn best om normaal over te komen. Ze trapte erin. Terwijl ze voor me langs stoof en dingen vroeg, dingen vertelde en dingen pakte bleef ik lief glimlachen. Om geen achterdocht te wekken. Het was een beetje akward – althans voor mij – het ging allemaal te snel. Hoe leg je in godsnaam aan mensen uit wat er met je aan de hand is? ik heb daar nog geen antwoord op gevonden.
Gelukkig had ik na haar vertrek nog een paar uur de tijd voor mezelf.
Aan het einde van deze lekkere rustige middag, waarvan mijn dreumes ook nog eens een paar uur had gemaft gingen hij en ik naar de supermarkt.
En dan kom ik bij de kern van mijn verhaal.
In de supermarkt was het zó druk dat ik verstijfd bij een stelling ging staan. In mijn ene hand had ik de kinderwagen en in mijn andere hand het boodschappenmandje: ohwja, ik had mijn mobiel ook vast. Voor noodgevallen.
Ik probeerde me te bedenken wat ik nu precies kwam doen en legde het mandje vol met zaken die ik zeker niet nodig had. Ik voelde me doodongelukkig. Zo bevangen door angst en wanhoop. Ik had het gevoel dat iedereen het kon zien.
Dat schijnt voor mensen die mij niet kennen niet op te vallen. Maar als je me kent dan zie je aan mijn gezicht dat het vreselijk mis is.
Het enige waar ik aan dénk is ‘vluchten’. De winkel uit vluchten. Maar ik vertik het om me te laten kennen. Ik dwing mezelf dapper te zijn en me niet te laten ondersneeuwen door irrationele angsten, ik zal hoe dan ook met iets uit die supermarkt komen.
De chef die vanuit het werk onderweg was naar huis, smste met de vraag of hij me kon helpen in de supermarkt. JA!! mijn antwoord was kort en krachtig.
Hij voelde de hulpvraag goed aan. Met zijn voet vastgeplakt aan het gaspedaal vloog hij over de parkeerplaats van de supermarkt. Niet veel later kwam hij me glimlachend tegemoet lopen. Ik barstte bijna in tranen uit.
Over waardigheid gesproken. Hij inspecteerde mijn mandje, herhaalde hardop de boodschappen die ik eerder gemaild had en nam het roer over.
Samen liepen we door de supermarkt. Ik kan me er niks meer van herinneren. Wat ik nu gepind heb, of ik wel gepind heb, hoe ik thuis ben gekomen…godverrrrrr…
DIT HAAT IK ZO ONTZETTEND!! dit soort paniekaanvallen voor het oog van de hele wereld. Niet gewoon in mijn eigen huis. Nee joh, lekker in het openbaar, in een keidrukke winkel. Er komt een moment dit jaar, dat ik voor winkeldiefstal wordt opgepakt. Niet dat ze iets zullen vinden maar door mijn verdachte gedrag.
Tijdens de waanzin van mijn paniekaanval heb ik het gevoel dat ik met ogen zo groot als schotels de wereld in kijk. De kaken strak gespannen op elkaar en om de zoveel meter stofstijf aan de grond genageld. Als ik in beweging kom, kijk ik schichtig om mij heen, links -rechts-achterom-links-rechts-achterom- enz enz.. Daarnaast sta ik om de zoveel meter tegen een stelling aangeplakt. Terwijl ik dit schrijf komt de woede bovendrijven. Woede van machteloosheid en schaamte.
Het moet opvallen. Een vrouw die zich zo moeizaam en schichtig door een supermarkt beweegt. Gedachteloos spullen pakt en mensen aanrijdt. Mens…..wat een fokking weirdo ben ik. Wat haat ik mezelf. Wat ben ik dan dom bezig. Maar het gebeurt.
Nog steeds. En ik kan het niet accepteren van mezelf. Ik ben woedend en verdrietig………..zelfhaat… is nergens voor nodig, maar toch.
Ik ben niét gek !
Ik heb géén psychische stoornis !
Ik heb (maar) een zware depressie, met straatvrees en paniekaanvallen.
En nog wat (hele vervelende) zaken.
Alles zal verdwijnen.
Alles zal overgaan.
Zeggen ze.
In het ziekenhuis.
Probeer ze maar eens te geloven.
Ik kan dat niet.
Ik vraag me af wie dat wel kan.